mond-01.jpg
 
 

de regelloze taal

Ik spring altijd van het verleden in het heden, en dan weer naar de toekomst, schreef dat ik iets wilden, het ook wou, of nog wil beleven.
Verzin woorden waar ik ze wil horen, ook als ze in de regels nog niet bestaan.
En in tijdsvormen die niet kloppen, maar voor mij wel lekker gaan.

bijvoorbeeld:
Ik schreef, schrijf en schroefde.
Ik leef, laf, en leefde.
Hield, houd en hebde, van mezelf van mij of van ik.
Ook van jou, jullie, hij, zij of hun.
Hen, hullie en ook hunnie.

Ik schreeuw, schreeuwde en schorde.
Spreek sprak en sproekde.
Ik maakte boekdelen, uit 10 verschillende tijden.

Ik vermeed, vermad en vermade mijn verhaal te moeten vertalen naar 1 rechte lijn in tijd.
Die adem voor de kus, dat moment voor het gaan spreken, is een toekomst en een heden, met een tussenvorm verweven.
Dus beschreven in een limbo tijdsbestek, in 1 minuut, een halve of een hele.

Ik heb moed, moest wel en vermoedde.
Dat ik mij moest vormen, vormde en vervrommen.
Dus ik buig, boog, en beegde.
En terwijl ik dit schreef auto-correcte ik het literaire leven.

In de toekomst, dat wat toekomt, toekwam en toekomde.
Was mijn taal achterhaald, dan achterhaalde ik en kwam ik terug met het achtervertaalde.

Ik maak, maakte, moekte en ook meekte.
Zorg, zorgde, en ook zeegde.
Ik had nog nooit gehoord van trapezen, die je woorden deden spreken in een ander tijd van wezen.

Ik smeek, smeekte, smakte, smaakte en ook smukken.
Leek tussen regels door te bukken, zo lukte het mij over vervoeging heen te stappen.
Ookal lijkt dit nooit geaccepteerd te worden, bron van irritatie voor menig taalpurist. 
Misschien mijn heil toch maar zoeken, in zo iemand als een neologist.

Daarom vroeg, vraag, en vreegde ik De Van dalen mij mijn gang te laten gaan.
Dus ik ga, ging, gongde en ook geegde.
Wat het dubbel zo ingewikkeld maakte, is dat ik in 3 talen was opgevoed.
Ik werd gevoed, gefeed en fed.
Lag, ligde, lei en lay op bed.

Sprak eng, engels, en angels.
Klonk vies, fries, en freesde, voor mijn taal voor mijn verstaanbaarheid, of dat wat een ander er van maken kon.

Ik Keek, koek, en kaakte, zocht naar iets wat mij smaakte.
Ik at, vret, vrat en vreette mijn literaire lichaam vol zonder iets van taal te weten.
Had lak aan mijn laars, aan mijn schoen of mijn schede.
Heb in geen enkele taal ooit gebad, gebid of gebeden.
Zorgde met mijn woorden voor veel last, lust en leesde.
Omdat ik sprak wanneer het gepast was, gepist of gepeesde.
Of wanneer het nie uit kwam, keem, komde of kaamde.

Waar nodig maakte ik mijn taal minuscule, minusculaire of minisculien.
Ik schreef ook groot, grootser en gigantisch.
Sprak voor 10, voor mij alleen of voor een ander.
Zo draag ik zorg, zorgde en verzorgde ik, voor die letters van morgen.
Die proberen te rebelleren, rebelloren en rebbellezen. 
Naar een regelloze taalwereld toe te streven.

Als je snapt wat ik bedoel, valt er toch ook niks te zeiken? Zieken, zeken of verzaken
Dus bij deze:

Spreek woorden die je raken.
Maak er nieuwe waar je ze mist.
Geef om de inhoud niet om de vermomming, verminning of vervromming.

Dus verspreek je, versprak, welbespraakt of uit de maat, word veel besproken. 

En schrijf! zet die pen op het papier, Schreef schroef en schreefde! Zoals jij wilt dat wij de taal beleven!

En voel, voelde, verlies, verloofd en verleefde.
Ga op in de mogelijke communicatie, interpretatie, frustratie van blokkatie.
En durf deze godswonderlijke taal te nemen, zoals jij in je wildste dromen nog nooit genomen bent, of was, woes of weesde.
Pak het leven! Bij de lurven of de liefde.

Zorg dat met welke letters je ook kiest, keest of koosde je van elke fucking pen streek heb genoten!