lilme.jpg
 
 

dat rode fietsje

Ik zie mezelf nog lopen, of nee fietsen.
Dat verroeste rode fietsje stevig tussen mijn knuistjes.
Zo stevig als de zijwieltjes die er aan vast waren geschroefd. 

En ik met mijn watermeloenen bomberjackje aan.
Helder blauw, zoals de zee waar in we zwommen dat jaar dat zelfs de scheiding van mijn haar verbrande. 
Zo rood als het fietsje kleurde het.

Ik verlang nog dagelijks naar de zekerheid van die zijwieltjes.
Naar de zachte stof van dat blauw met meloen bedrukte jasje.
Naar die licht oranje haren kriebelend in mijn nek.

De keer dat ook die haren rood kleurde door de bloedneus die ik kreeg.
Van het rennen en het vallen op het randje van de sluizen bij de haven.
En dat mijn moeder toen een laken wit tampon in mijn kinderneusgat duwde. 
Tegen het stoppen van het bloeden.

Mijn haar rook zoals mijn rode fietsje, naar opgedroogd bloed, en smaakte net zo veel naar ijzer als het verroeste frame.

Die dagen lijken al zo lang achter mij te liggen.
Toch verlang ik nog dagelijks naar de zekerheid van die zijwieltjes.
Naar dat blauw met meloen bedrukte jasje.

Naar die licht oranje haren kriebelend in mijn nek.